Top

“Wij zijn opgegroeid in een dictatuur. Als mensen je nodig hebben zijn ze je beste vrienden, maar voor de rest zijn we opgegroeid in wantrouwen.”

“Wij zijn opgegroeid in een dictatuur. Als mensen je nodig hebben zijn ze je beste vrienden, maar voor de rest zijn we opgegroeid in wantrouwen.”

Mohammed Al-Mansour heeft een slechte maand: “Mijn oma is overleden in Syrië. En ik ben eigenlijk bij haar opgegroeid, zij was als een moeder voor mij. Ze had hartproblemen en dat is haar fataal geworden. Er is geen medische zorg meer in Deir Ez Zor, dat is het probleem.”

Hij was afgeleid, huilde soms “niet veel tranen, maar een paar” en kon zich niet meer concentreren op de Nederlandse les bij het Talencentrum. “Nu loop ik vreselijk achter. Misschien moet ik het opgeven en straks opnieuw beginnen.”

En ook een stage of studie vinden is tot nu toe niet gelukt: “Ik belde met de Hanzehogeschool, afdeling civiele techniek, want daar zou ik graag weer iets mee gaan doen, dat studeerde ik ook in Syrië. Maar ze zeiden dat ik Nederlands op minimaal B2 niveau moet kunnen, hoewel de opleiding zelf Engelstalig is. Maar de uitleg schijnt in het Nederlands te zijn.”

Voorlopig zit dat er dus niet in. Hij was bij Syrische kennissen in Alphen aan de Rijn, die hebben een theaterprogramma. “Ik ken een regisseur en die wil dat ik mee ga doen, maar ik heb geen theaterervaring.  Vorige week heb ik wat geholpen met het decor en zo. Kijk, op deze foto zie je me op de ladder staan op het podium.”

Er is iets, zegt hij, wat het contact met andere Syriërs soms in de weg staat: “Wij zijn opgegroeid in een dictatuur. Als mensen je nodig hebben zijn ze je beste vrienden, maar voor de rest zijn we opgegroeid in wantrouwen.  Dat heeft denk ik niet met de Arabische cultuur te maken, of met Syrië. Ik denk dat het een kenmerk is van alle dictaturen. Je verleert een beetje hoe je met andere mensen moet omgaan. Daarom kan ik het vaak beter vinden met oudere landgenoten omdat zij anders zijn. In de tijd dat zij opgroeiden in Syrië was het allemaal nog niet zo naargeestig  als nu.”

Dan gaat zijn telefoon: Een vrijwilliger van Humanitas – zijn taalcoach – staat voor zijn deur.  Mohammed was die afspraak helemaal vergeten. Hij moet er als een speer vandoor. “Oh wat stom, excuse, excuse.”

 

Thuis bij Mohammad Al-Mansour (32)

 

rift)

Geen Reacties

Sorry, het reactieformulier is gesloten.