Top

“Ik wil me verontschuldigen dat ik hier ben, want jullie hebben mij niet uitgenodigd en ik loop door jullie straten.”

“Ik wil me verontschuldigen dat ik hier ben, want jullie hebben mij niet uitgenodigd en ik loop door jullie straten.”

“Ik stapte in Enschede uit de trein en ik zocht een politieagent om mijzelf bekend te maken als asielzoeker. Maar er was nergens politie. Ik liep van de ene straat na de andere, tot ik er eindelijk eentje zag. Dat was zo anders dan in Syrië, daar is overal politie. De mensen hier op straat lopen ook zo rustig. Ze zijn niet bang. En ze zijn zo vriendelijk! In Syrië loopt iedereen heel snel, iedereen kijkt steeds om zich heen.

Ik vroeg die agent om mij te arresteren, maar hij zei: Nee, dat doen we niet. Ik kreeg een dagkaart voor de trein en een routebeschrijving om naar Ter Apel te gaan. Ik was vies en mijn kleren zaten onder de modder van de reis. Ik kreeg nieuwe kleren en een douche. Iedereen was heel vriendelijk.
Ik was supervisor bij bouwprojecten in Syrië, ik heb een opleiding als civiel ingenieur, hetzelfde beroep als mijn vader. Mijn ouders, broer en zus wonen in een stad die nu omsingeld is door ISIS. Er zijn zoveel groepen naar Syrië gekomen om te vechten, het is niet te begrijpen. In Syrië denk je niet: ga ik weg of blijf ik, maar je denkt: hoe kom ik weg, hoe kom ik aan geld, hoe kom aan contacten. Ik heb zorgen om mijn ouders maar mijn vader wil in ons huis blijven. Hij is 62.
Ik had een beschermde jeugd als oudste zoon. Mijn moeder was altijd bang dat mij wat zou overkomen. Ik was verlegen en legde moeilijk contact. Thuis speelde ik vaak schaak en Monopoly met mijn moeder. Damascus was de duurste stad, als je hotels had op de duurste straat, Al Hamra, dan won je. Aleppo was de één na duurste stad. En ja, het spel had ook een gevangenis! Later ben ik een beetje losgeslagen: Ik werkte, ik dronk veel en ik sliep. In Syrië zag ik geen toekomst, het is een autoritair en corrupt land. Tijdens de Arabische lente kreeg ik hoop op verandering en werd ik politiek actief, maar al snel was dat gevaarlijk. Ik besloot naar Turkije te gaan. Ik heb acht maanden in Istanbul geleefd. Soms had ik werk, maar de Turken betalen ons hoogstens de helft van een normaal salaris. Je voelt je als slaaf behandeld.
Op 7 oktober stond ik met dertig anderen aan de kust om over te steken naar Griekenland. De boot was klein en van plastic. Het was 5 uur in de ochtend, de zon kwam net op. Er werden harde grappen gemaakt, iedereen wist dat het gevaarlijk zou worden. Ik sloot me af en luisterde naar muziek op mijn telefoon. Op zee viel de motor uit en door de golven maakten we water. Uiteindelijk is iedereen in de zee beland. Ik kon zwemmen, maar er waren ook kinderen en vrouwen, je raakt verlamd. Het is een wonder dat één van ons de motor weer aan de praat kreeg. Zo zijn we in Griekenland aangekomen.

Ik wil me verontschuldigen dat ik hier ben, want jullie hebben mij niet uitgenodigd en ik loop door jullie straten. Tot nu toe heeft Groningen mij alleen maar goeds gebracht. In de noodopvang zag ik na twee dagen mijn vriend van de lagere school. Ik was hem uit het oog verloren en opeens waren we herenigd. Dat moment is niet te beschrijven! Vanmorgen lukte het met WhatsApp even kort contact met mijn ouders te hebben. Mijn moeder vroeg wat ik gegeten had. Moet ik echt op de foto? Met mijn baard lijk ik wel op een ISIS strijder.”

 

Mohammad Al- Mansour (31) uit Damascus, Syrië

Geen Reacties

Sorry, het reactieformulier is gesloten.