Top

“Mijn hond Mars komt straks ook over uit Syrië, die heb ik gemist!”

“Mijn hond Mars komt straks ook over uit Syrië, die heb ik gemist!”

“Begin april komen mijn ouders naar Nederland en ook mijn hond. Die heet Mars. Het is een Caniche Bichon, een soort witte poedel, maar dan veel mooier. Wil je een foto zien?”
Het komt er in vloeiend Nederlands uit. Karla Nabki was pas zeventien toen ze met haar oudere broer Attalah vanuit het Syrische Tartus in oktober 2015 naar Europa vertrok. Nu woont ze sinds afgelopen najaar op een eigen bovenwoning in de Tuinwijk, vlakbij het Noorderplantsoen.

“Ik woon voor het eerst op kamers. Koken heb ik echt moeten leren, ik kon wel een ei bakken, maar verder eigenlijk niet. Nu maak ik wel eens Shakrya, dat is rijst met kip en uien in warme yoghurt. Aardappels? Nee, die vind ik niet zo interessant, en stamppot al helemaal niet. Maar ik eet meestal bij mijn broer, die woont een stukje verderop.” Vanmorgen is ze naar school geweest, naar de ISK, de Internationale Schakel Klas, ze had wiskunde, gym en biologie. Vanaf de zomer wil ze een schakeljaar doen en dan naar het VWO of het HBO: “Ik wil voeding en diëtetiek studeren.”

De woonkamer is leeg en nauwelijks ingericht: een tafel, twee stoelen, een bank en opgestapelde kratjes met spullen. Een peertje aan het plafond en witte muren. Op één daarvan een spreuk: ‘Home is where the heart is’. Die stond er al toen ze kwam, en die heeft ze maar laten staan. Ondertussen spat de levenslust van haar gezicht en heeft ze een druk bestaan: “Ik ga vijf dagen naar school, ik maak veel huiswerk en  regelmatig treden we op met ons koor, het New Life Choir, daar zijn we mee begonnen in de noodopvang aan de van Swietenlaan. Laatst hebben we nog voor honderd vrouwen van de gemeente gezongen op internationale vrouwendag. En in het weekeinde ga ik vaak chillen met vriendinnen. Ik heb best veel Nederlandse vriendinnen en we gaan bijvoorbeeld naar de bioscoop, samen eten  of naar een café. In Syrië had ik natuurlijk ook vriendinnen, die zouden ook wel weg willen, maar dat gaat nu niet meer. Ze zijn niet jaloers op mij, ze zijn blij voor me. Syrië was best een goed land om te studeren, maar ik mis het niet, het is hier allemaal zoveel vrijer. Iedereen bemoeit zich daar altijd met je.”

Karla’s vader was handelaar in auto-onderdelen, moeder huisvrouw (“heet dat thuisvrouw?”) “Wij woonden in Homs, totdat de rebellen het daar overnamen. Wij verhuisden naar een dorp in de buurt van Tartus, aan de kust. Ik was veertien of vijftien toen de oorlog begon, maar ik ben niet bang geweest, mijn ouders boden een veilige omgeving. Ons huis in Homs  werd later geraakt door een bom, en er is  brand geweest. Mijn ouders zijn alles kwijt. Maar ze hadden geld gespaard en daarvan konden mijn broer en ik vanuit Turkije naar Griekenland. Voor 3000 euro per persoon, dan had je een redelijke betrouwbare boot. Mijn ouders zeiden: ‘Wij hebben ons leven gehad, jullie zijn onze prioriteit.’ Dat snapte ik wel. Toen we afscheid namen zei ik tegen mezelf: ‘Je moet dapper zijn, niet gaan huilen nu.’”

Omdat Karla bij haar vertrek nog geen achttien was, hebben vader Haisam en moeder Daad nu een visum voor Nederland gekregen. Een ticket voor een nieuw leven. “Ze moeten eerst de taal leren en dan integreren. Ik ken mensen van de kerk die hen wel willen helpen gelukkig. Wij zijn Syrisch orthodox, is dat eigenlijk katholiek of protestant hier?” Haar ouders krijgen een eigen huis. Wat gaat Karla dan doen? “Ze willen natuurlijk het liefst dat ik bij hun ga wonen, maar ik weet het niet zo goed. Dan word je weer kind, hè: ‘Waar ga je heen? En met wie? En wanneer ben je weer thuis?’”

 

Thuis bij Karla Nabki (18)

 

Geen Reacties

Sorry, het reactieformulier is gesloten.