Top

“Hij zei: ‘gefeliciteerd, u kunt vijf jaar blijven’.”

“Hij zei: ‘gefeliciteerd, u kunt vijf jaar blijven’.”

Een zilverkleurige koekoeksklok is zijn laatste aanwinst. Gekocht bij kringloopwinkel Mamamini. “Er zaten twee batterijen in, een voor het uurwerk, en eentje voor het vogeltje. Die laatste heb ik er uitgehaald, die vogel was behoorlijk irritant.” Samir Maamo woont sinds september in een ruime portiekwoning in de Hoogte. Ruim en rustig. Soms een beetje te rustig,  zegt hij een beetje verlegen op de grote splinternieuwe donkergrijze hoekbank.

De vriendelijkheid straalt van zijn gezicht, dat was al zo in de noodopvang, en dat is er nog steeds. Trots is hij ook op zijn nieuwe woning: bij de ingang links een slaapkamer waar een ovalen tafel staat met zes  chique stoelen. Rechts een slaapkamer met een zwaar notenhouten bed “gekregen van vrienden”.  Door de gang rechts de  keuken met blinkend fornuis en het balkon, rechtdoor de douche met splinternieuwe wasmachine, links de ruime woonkamer met salontafel en  hoekbank.  Vrij uitzicht op de spoorlijn Groningen-Roodeschool.  Alles mooi gewit en in de vensterbank een paarse orchidee “ook van vrienden”.  Aan de muur een foto van een veld klaprozen.

Vol trots laat hij zijn Nederlandse reisdocument zien,  dat sprekend op een Nederlands paspoort lijkt, maar dan grijs. “Geldig voor alle landen ter wereld behalve Syrië” staat er in.  Hij kreeg het in Ter Apel van een IND-medewerker. “Hij zei:  ‘gefeliciteerd, u kunt vijf jaar blijven’.” “Maar”, zegt Samir: “Ik wil hier altijd blijven, en liefst ook een echt Nederlands paspoort.” Pas na twee weken kon hij het zijn moeder in Syrië vertellen: “De wifi was een poosje heel erg slecht.”

Nederlands gaat al best goed: “Ik ga drie dagen per week naar les, op het Alfa college. En ik oefen elke dag met lezen en schrijven. Als ik het niet begrijp kan ik Anika bellen die mij wil helpen met de  taal.” Samir kent Anika van de Refajahkerk in Groningen Zuid. Leden van die kerk kwamen ook al bij de noodopvang in de Van Swietenlaan: “Via hen kon ik toen gaan voetballen, dat is  mijn grote passie.” ’s Zondags gaat hij ook wel eens naar de dienst zelf. “Vooral na afloop is het gezellig.” Van de dienst zelf begrijpt hij niet veel, maar dat maakt hem niet uit. “Ik ga ook naar de moskee aan de Korreweg, want eigenlijk ben ik moslim.”

Zijn weekprogramma zit behoorlijk vol: “Drie keer per week naar school, twee keer per week voetbaltraining, vrijdag moskee, zondag kerk.” Met de buren heeft hij nog niet echt contact. “Boven woont een andere jongeman die Arabisch spreekt en een Nederlandse vrouw met een kind, maar precies weet ik het niet.”

Het grote verschil met Syrië? “In Syrië was er natuurlijk veel meer communicatie omdat ik de taal van dat land spreek, ik kon met iedereen praten. En ik had er veel familie. Dat is hier allebei anders.”  En nog iets: “In Syrië bemoeien mensen zich altijd met elkaar en met elkaars leven. They put their nose in your life. Dat kan heel vervelend zijn. En mensen maken een bende van de openbare ruimte. Dat is hier veel beter: mensen hebben respect voor elkaar en respect voor de omgeving.”

Samir heeft een duidelijke top drie voor het komend jaar: “Een vrouw en liefst ook een kindje, heel goed de taal leren en ook werk vinden.” In Syrië was hij manusje-van-alles in en om het huis: “Vloeren leggen, elektricien, dat soort dingen.”

Op tafel ligt het boek “Basisexamen inburgering.” Lees hardop: “Is papa een man of een vrouw?” “Is een cent veel of weinig?” Zeg na: “De vrouw eet kaas.” En: “Patat eten is ongezond.” Bij het afscheid weer die vriendelijke, bijna verlegen glimlach: “Bedankt voor jullie bezoek.”

 

Thuis bij Samer Mamo (36)

 

Samer Mamo

Geen Reacties

Sorry, het reactieformulier is gesloten.