Top

“Dan leg ik uit dat die telefoon mijn eerste levensbehoefte is, mijn lifeline met mijn familie.”

“Dan leg ik uit dat die telefoon mijn eerste levensbehoefte is, mijn lifeline met mijn familie.”

Zijn fiets staat binnen, achter de voordeur van zijn bovenwoning in de Oosterparkbuurt. Compleet met grote fietstassen. De muren en het plafond zijn  fris wit geverfd, op de vloer ligt nieuw laminaat. Kasten en tafels komen van de kringloop maar de roodkleurige driezitsbank  is nieuw. “In Syrië zou ik het allemaal hebben laten doen, maar dat is hier veel te duur. “ Mohammad Abdel Raheem is heel tevreden met zijn woning:  “Toen ik hier aanbelde met de vraag of ik de woning even mocht zien voelde het meteen goed.”

Mohammed woont er nu een paar maanden. Aan de overkant woont een Turkse buurman, links een echtpaar uit India, en verder veel Stadjers. “Toen ik zo’n beetje was ingericht heb ik een Syrische lekkernij gemaakt om uit te delen aan de buurt. Ik heb gewoon overal aangebeld.”

Bijna een jaar woonde Mohammad in de noodopvang aan de van Swietenlaan. “Het ergste was het permanente lawaai van de anderen, met zeven mannen op een kamer, altijd als je wilde slapen was er wel iemand aan het bellen, aan het praten,  of er was wel ergens ruzie.  In het hele gebouw was geen rustig plekje. Ik dacht meteen: ik moet iets doen, actief zijn, de dagen door zien te komen. Ik spreek goed Engels, en het COA vroeg mij vaak om te tolken. Ik ging ook dingen voor de kinderen organiseren. Ik leerde mezelf Nederlands via Youtube. Tot iemand opperde –  ik weet niet meer wie – of we niet konden gaan zingen. Niemand van ons had daar ervaring mee, maar we zijn gewoon begonnen. Er bleek ook een musicus in de noodopvang te wonen, we kwamen regelmatig bij elkaar. Eerst zongen we alleen Arabische liedjes voor de andere vluchtelingen,  later leerden we ook Nederlandse liedjes – ken je ‘Ik hou van jou’? Zo is het koor ‘New Life’ geboren. We zijn ook gewoon op straat gaan zingen, lopend door de Folkingestraat, we kregen hele leuke reacties van de mensen. Later werden we uitgenodigd in kerken, door andere koren, we zingen inmiddels door het hele land.”

De muziek is luchtig, maar de ondertoon is serieus: “We willen laten zien dat wij gewone, ontwikkelde mensen zijn. Muziek is een middel om met mensen in contact te komen, dat werkt twee kanten op:  contact met Nederlanders wordt voor ons gemakkelijker en andersom ook.  Mensen komen naar je toe, stellen vragen,  en reageren bijvoorbeeld heel verbaasd  als blijkt dat sommigen van ons koor Christen zijn en anderen Moslim. Maar dat speelt voor ons helemaal geen rol!”

Het geheim van contacten opdoen is actief en open zijn, zegt hij. In Syrië en Libanon was hij vrijwilliger bij Save the Children.  In Groningen maakte hij  een powerpoint over Syrië. Niet over de oorlog, maar over de rijke geschiedenis, de eeuwenoude cultuur, hoe mensen leven. Hij benaderde  middelbare scholen om erover te praten.  Hij heeft er een soort stage aan over gehouden op het Kamerlingh Onnes college. “Ik leer hoe het Nederlandse schoolsysteem in elkaar zit.  Ik heb Engels gestudeerd in Libanon, ik had mijn master en zocht een promotieplaats, maar dat is er niet meer van gekomen. Ik ben benieuwd of mijn diploma’s hier geldig zijn, ik heb ze opgestuurd. Ik wil er graag mee verder, ik ben gek op taal.”  Zijn open houding is niet iedereen gegeven, dat weet hij ook wel.  Maar voor hem werkt het, en het brengt hem veel.

De vlucht uit Syrië was een drama. Samen met zijn broer, vader, zwager en neefjes waren ze op een gammele boot beland, die na korte tijd  water maakte. Na uren werden ze gered door Turkse vissers. “Ik had zorgen over mijn vader, die al boven de 60 is en ik heb hem terug naar huis gestuurd, naar mijn moeder die alleen was achtergebleven, in Latakia. Ook mijn zwager en neefjes gingen terug naar Aleppo.  Daarna lukte het mijn broer wel om weg te komen, maar mij niet. Zes keer zat ik tevergeefs op zo’n boot, pas de zevende keer bereikte ik Griekenland.”

Zijn broer woont nu  in de buurt van Tilburg, diens vrouw en kinderen zijn onlangs overgekomen. Een jongere zus woont met haar man en kinderen in Aleppo. Precies in het gebied tussen de strijdende partijen. “Het is er levensgevaarlijk. Vluchten naar mijn ouders in Latakia kan niet, de wegen zijn gesloten. Trouwens,  in Latakia ligt het front maar 5 kilometer buiten de stad. Als je in Syrië woont kun je nergens heen.”

Dan roept de cursus van het Talencentrum waar hij nu Nederlandse lessen volgt. Hij gaat er twee keer per week heen.  Nederlands leren is een noodzaak:  “Als je de mensen hier aardig vindt moet je hun taal kunnen spreken. De Nederlanders zijn direct;  als ze mijn telefoon zien zeggen ze: ‘Hoe kom jij als vluchteling aan zo’n dure telefoon?’  Dan leg ik uit dat die telefoon mijn eerste levensbehoefte is, mijn lifeline met mijn familie.

Mohammad heeft zijn vrienden, zijn vrijwilligerswerk, zijn koor, zijn stage. Maar soms is het stil om hem heen. “Dan komt met schuldgevoel, dat ik mijn ouders en zus daar heb achtergelaten. Dat ik mijn moeder al vier jaar niet meer heb gezien. Ik bel haar elke dag. Ik hoef dat niet te doen, maar ik bel toch. Dat is belangrijk, voor hen en voor mij.” Het is net als met het nieuws uit zijn land:  “Ik hoef het niet te weten, maar ik kijk toch. En als er slecht nieuws is, slaap ik die nacht niet. Ik weet niet of ik mijn ouders ooit nog zie. Het is steeds bij me, ik kom er niet van los.”

 

Thuis bij Mohammad Abdel Raheem (28).

 

 

(beschrijving is niet bedoeld als fotobijschrift)

Geen Reacties

Sorry, het reactieformulier is gesloten.